Gezonde Voeding

Zijn zoetstoffen ongezond?

zoetstoffen

Zijn zoetstoffen ongezond?

Jarenlang dacht ik goed bezig te zijn: zoetjes in m’n thee, zoetstof door de yoghurt (rijkelijk bestrooid natuurlijk).

Ideaal als vervanger voor suiker, en nauwelijks calorieën, toch?

Enkele jaren geleden was mijn boodschappenmandje nog gevuld met vele light-producten waar zoetstoffen in verwerkt zitten.

Niet dat ik alle namen kende, maar woorden als aspartaam, sacharine en xylitol zag ik vaak terugkomen op het label.

Nu uit steeds meer onderzoek van de laatste jaren blijkt dat zoetstoffen helemaal niet zo gezond zijn voel ik mij door de voedselindustrie toch wel redelijk in de maling genomen.

Hoe ongezond zijn zoetstoffen nu eigenlijk? Kunnen die paar zoetjes per dag nu echt kwaad?

En wat als je het gewoon heel lastig vind om te wennen aan het gebrek van zoet in je dagelijkse voedsel? Zijn er dan nog alternatieven?

In dit artikel ga ik op zoek naar antwoorden op deze vragen.

Wat zijn zoetstoffen precies?

Zoetstoffen zijn stoffen die geen suikers bevatten. Met suikers bedoelen we bijvoorbeeld glucose (druivensuiker), fructose (vruchtensuiker) of de combinatie van deze twee: sacharose (tafelsuiker).

Zoetstoffen bevatten dus geen suikers, maar prikkelen wel het zintuig dat ‘zoet’ ervaart.

Ze zijn over het algemeen deels of geheel van synthetische oorsprong. Dat wil zeggen dat het geen natuurproducten zijn, maar dat ze kunstmatig samengesteld en gefabriceerd worden.

Hoe dat gebeurt, verschilt en is een tamelijk ingewikkeld verhaal. Stoffen die hierin een rol spelen zijn bijvoorbeeld eiwitten, alcohol en aminozuren. Maar ook deels natuurlijke producten zoals berkenhout, paddenstoelen, zeewier, planten en maïs of tarwe kunnen een basis zijn waar zoetstoffen mee worden geproduceerd.

Het aantal calorieën van suiker en zoetstoffen is ongeveer gelijk, maar zoetstof is vaak zoeter dan suiker. Daardoor heb je aan een veel kleinere hoeveelheid al voldoende.

Zoetstoffen worden met name in voedsel verwerkt (lightproducten), maar bijvoorbeeld ook in cosmetica.

Verschillende zoetstoffen op een rijtje

De verschillen in de verschillende zoetstoffen zitten ‘m bijvoorbeeld in de zoetheidsgraad in verhouding tot suiker. Dit varieert van zoetstoffen die de helft minder zoet zijn dan suiker (sorbitol) tot zoetstoffen die 2000 keer zoeter zijn (thaumathine).

Ook de aanbevolen dagelijkse inname verschilt: van 2,5 mg per kilo lichaamsgewicht (sacharine) tot 40 gram per kilo lichaamsgewicht (aspartaam).

Dit zou betekenen dat als je bijvoorbeeld 70 kilo weegt, je maximaal 20 blikjes cola light per dag mag drinken. Wat ik zelf toch echt ten zeerste afraad. Maar daar later meer over.

Sommige zoetstoffen hebben een bittere nasmaak. Dit wordt dan vaak met hulpstoffen weer gecompenseerd. Zoetstoffen zijn, anders dan suikers, niet slecht voor het gebit, en worden daardoor vaak in bijvoorbeeld kauwgom verwerkt (met name xylitol).

Hierbij de zoetstoffen op een rijtje, waarbij enkele pas in de afgelopen jaren zijn toegevoegd:

  • Aspartaam
  • Acesulfaam K
  • Natriumcyclamaat
  • Sacharine
  • Isomalt
  • Xylitol
  • Sorbitol
  • Mannitol
  • Maltitol
  • Lactitol
  • Sucralose
  • Thaumatine
  • Neohesperidine-DC
  • Neotaam
  • Polyglycitolstroop
  • Erytritol
  • Advantaam
  • Steviolglycosiden

Zoetstof triggert de behoefte aan suiker

Zoetstof bevat minder calorieën dan suiker. Maar zoetstof activeert wel hetzelfde proces als suiker: het ‘triggert’ de hunkering naar zoet.

Je bloedsuikerspiegel vertoont een piek en dit brengt je stofwisseling in de war (je houdt je lichaam voor de gek eigenlijk), waardoor je indirect toch aan kan komen. Je verlangen naar suiker blijft maar aanhouden en dat werkt als een verslaving.

De kans dat je zwicht voor meer zoetigheid (met wat voor suikers dan ook) is dus groot.

Op een gegeven moment zal je lichaam steeds meer moeite krijgen om een teveel aan (glucose) suiker uit je bloed te halen. In combinatie met andere slechte leefgewoonten kan dit leiden tot diabetes type 2.

E-nummers in zoetstoffen

Zoetstoffen bevatten E-nummers (E950-E969 en 420-421). Dit zijn stoffen die toegevoegd zijn en goedgekeurd door de Europese Unie.

Sommige E-nummers zijn ‘gerechtvaardigd’ in het belang van de gezondheid, zoals bepaalde conserveringsmiddelen.

Andere toevoegingen daar valt over te discussiëren; zoals kleur- en smaakstoffen. Die dienen verder geen belang voor de voedselveiligheid en worden enkel toegevoegd om de verkoop van voedingsproducten te stimuleren.

Er is een strenge wetgeving omtrent de dagelijks aanbevolen hoeveelheid van zoetstoffen. Echter, als je meerdere producten met zoetstoffen consumeert, kan die dagelijkse hoeveelheid soms gemakkelijk overschreden worden.

Met name natriumcyclamaat is gevaarlijk. Jonge kinderen zijn veel gevoeliger voor zoetstoffen. Zij kunnen eigenlijk niet meer dan 3 glazen limonade gezoet met zoetstoffen drinken. Dan zitten ze al aan de dagelijkse aanbevolen hoeveelheid.

Zijn zoetstoffen ongezond?

Er zijn al enorm veel onderzoeken gedaan naar de negatieve aspecten van zoetstoffen. Vaak kunnen de onderzoekers nog niet vaststellen of er gezondheidsrisico’s zijn op lange termijn.

Wel weten we dat overmatig gebruik van zoetstoffen laxerend kan werken. En er zijn gevallen bekend van migraine na gebruik van zoetstoffen.

Sommige wetenschappers vermoeden dat zoetstoffen een bijdrage leveren aan het ontstaan van o.a. Parkinson, Alzheimer, onvruchtbaarheid en P.M.S. Aspartaam heeft ook een tijd bekend gestaan als ‘kankerverwekkend’.

De voedselindustrie zal deze onderzoeken uiteraard verwerpen en andere onderzoeken, die in hun voordeel uitpakken, juist (financieel) ondersteunen.

Wat duidelijk mag zijn, is dat het lichaam dus hetzelfde reageert op zoetstof als op suiker. Het zorgt net als bij suiker voor een insulinepiek.

Maar daarbij raakt het lichaam ook van slag, omdat het in het bloed geen suikers aantreft om af te breken, maar hooguit wat eiwitverbindingen (de zoetstoffen).

Ook de lever raakt overwerkt; deze is constant bezig om suikervoorraden op te slaan. Dit veroorzaakt vaak vermoeidheidsklachten. Uiteindelijk zal je lichaam minder insuline gaan aanmaken. En dat werkt negatief op je gemoedstoestand.

Er wordt dan namelijk ook minder serotonine afgescheiden. Serotonine is een stofje in de hersenen dat het geluksgevoel veroorzaakt. Gevolg: zwaarmoedigheid en depressie.

Minder zoet

Voor veel mensen is het moeilijk om suikers en zoetstoffen te minderen in hun dagelijkse eetpatroon. Het komt er eigenlijk op neer dat meer dan de helft van het aanbod in de supermarkt geëlimineerd kan worden. Maar het is mogelijk!

Het lichaam heeft een week of 3 nodig om de zoetheid te ontwennen. Je kunt het langzaam afbouwen zodat je lichaam langzaam ontwent.

Je zult merken dat het alle overbodige suikers niet nodig heeft. Er zijn genoeg natuurlijke suikers aanwezig in organisch voedsel als groente en fruit.