Aandoeningen A-Z

Trombose behandeling en voorkomen

trombose behandeling

Onderga jij een trombose behandeling of ben je benieuwd waar een trombose behandeling uit bestaat?

Dan is het raadzaam om je goed in te lezen en te weten wat je te wachten staat.

In Nederland overlijden jaarlijks duizenden mensen aan de gevolgen van trombose.

Trombose is niet altijd te herkennen en blijft daardoor onbehandeld.

Terwijl er goede behandelmethodes beschikbaar zijn.

In dit artikel lees je alles over de diagnose en behandeling van deze veelvoorkomende aandoening.

Ook geven we je tips over hoe je trombose kunt helpen voorkomen.

Lees ook: Trombose symptomen herkennen

Diagnose trombose

Een snelle diagnose is belangrijk vanwege het risico op longembolie.

Toch is het niet altijd gemakkelijk voor een arts om de diagnose te stellen.

Soms heeft een patiënt nauwelijks klachten of zijn er klachten die ook aan andere aandoeningen kunnen worden toegeschreven, zoals zweepslag, bloeduitstorting, belroos of gewrichtsontsteking.

Bij slechts 1 op de 3 patiënten wordt daadwerkelijk diepe veneuze trombose vastgesteld. Hetzelfde geldt voor longembolie.

De arts zal je vragen stellen over je klachten en zal je medische geschiedenis (anamnese) doornemen.

Je kunt van tevoren bij je familie checken of er veel trombose voorkomt in de familie.

Je kunt je ook alvast afvragen of er factoren zijn die je klachten verergeren of juist verminderen.

De arts onderzoekt uiteraard je been op zwelling, verkleuringen en gevoeligheid.

Een echo is een betrouwbare methode om een trombosebeen vast te stellen.

Voor de diagnose longembolie worden ook andere diagnose-methodes gebruikt, zoals ventilatie-perfusie scintigrafie, spiraal CT scan en pulmonalis-angiografie.

Lees ook: Verbeter je bloedsomloop

Trombose behandeling

In Nederland worden ongeveer 350.000 mensen behandeld voor trombose.

Bij iedere patiënt wordt rekening gehouden met diverse factoren, zoals leeftijd, medische achtergrond en bijkomende aandoeningen.

De belangrijkste doelen van de behandeling zijn dat het bloedstolsel zich niet verder uitbreid of losschiet, en dat er zich geen nieuwe stolsels vormen. Ook is het de bedoeling dat je geen blijvende schade overhoudt aan het bloedstolsel.

Medicatie bij trombose behandeling

Bij trombose worden er altijd bloedverdunners voorgeschreven.

Al doet de naam anders vermoeden, toch kan je bloed niet echt dunner worden en ook kan het stolsel niet oplossen door het gebruik van bloedverdunners. Wel wordt erger voorkomen.

Wanneer je bloedverdunners gebruikt moet je extra oppassen voor verwondingen. Je kunt dan namelijk erg veel bloed verliezen.

Er zijn verschillende soorten bloedverdunners. Je zult deze zeker 3 tot 6 maanden moeten gebruiken.

Bij diepe veneuze trombose in de acute fase worden er heparines of laagmoleculair gewichtsheparines injecties voorgeschreven. Hier kun je na een paar maanden mee stoppen.

Komt de trombose terug dan wordt de behandeltijd meestal verlengd.

Je kunt jezelf ook thuis hiermee behandelen. Bij longembolie word je wel in het ziekenhuis behandeld.

Ook wordt er gestart met antistollingsmedicijnen ofwel coumarines (niet bij zwangerschap!), of de nieuwere Factor Xa-remmers.

Bij arteriële trombose wordt er direct begonnen met antistollingstherapie.

Longembolie trombose behandeling

Bij een longembolie kan er overgegaan worden op dotteren of een (coronaire) bypass operatie (omleiding rondom een vernauwing van een ader door middel van het inzetten van een gezonde ader).

Je kunt ook een zogenaamd ‘kunststofbloedvat’ krijgen.

Bij de nieuwe behandelingen kan niet alleen het recente bloedstolsel maar ook het al bestaande, oudere bloedstolsel worden geëlimineerd.

Trombose behandeling: stollingsniveau bijhouden 

Het is heel belangrijk om tijdens de trombose behandeling het stollingsniveau van je bloed bij te houden.

Dit gebeurt door middel van bloedtests. Het is ook belangrijk om te zien of de wisselwerking met andere medicatie en je voeding wel goed verloopt.

De controle op de antistollingstherapie kan gedaan worden door de trombosedienst.

Maar er bestaat ook de mogelijkheid om zelf je stollingswaarde, dus de snelheid waarmee je bloed stolt (INR), te meten.

Dan hoef je niet meer naar de prikpost en hoef je nog maar 2 tot 3 keer per jaar op controle.

50.000 patiënten van de 350.000 die in Nederland worden behandeld, komen in aanmerking voor dit ‘zelfmanagement’.

Overige trombose behandeling 

Naast de medicatie wordt je been meestal gezwachteld om het vocht af te drijven.

Als je been niet meer gezwollen is kun je ook steunkousen krijgen.

Fysiotherapie kan goed zijn om je te helpen bij het bewegen.

Een zogeheten ‘trombose dieet’ geeft aan wat je wel en niet mag eten.

Bij een post-trombotisch syndroom (PTS) na een trombose been (blijvende schade) kan overgegaan worden tot dotteren; het verwijden van de bloedvaten.

Het is belangrijk om je lichaam tijd te geven om goed te herstellen. In beweging blijven is daarbij erg belangrijk.

Trombose voorkomen

Trombose kun je helpen voorkomen door risicofactoren te vermijden.

Kies voor een gezonde leefstijl. Houd je bloedsomloop op peil. Denk bijvoorbeeld aan de volgende maatregelen:

  • Stop met roken. Roken maakt de bloedcellen ‘plakkeriger’ dan ze horen te zijn en dat geeft risico op stolsels.
  • Beweeg meer! Let extra op bij een zittend beroep.
  • In het vliegtuig kun je af en toe opstaan en even heen en weer lopen. Je kunt bij lang stilzitten ook je hielen op en neer bewegen om de bloedcirculatie in je kuiten op peil te houden.
  • Let goed op jezelf na een operatie. Probeer zo snel als toegestaan weer rustig te bewegen.
  • Draag loszittende, niet knellende kleding en schoenen.
  • Zit niet met je benen over elkaar, hoe aanlokkelijk dat ook is.
  • Draag eventueel steunkousen en / of panty’s die de doorbloeding stimuleren. Beiden zijn tegenwoordig verkrijgbaar in modieuze modellen en kleuren.
  • Let op je voeding. Vermijd transvetten en een teveel aan suikers, die veelal in bewerkte producten te vinden zijn.
  • Een BMI van boven de 30 geeft meer risico op trombose. De BMI meet hoeveel lichaamsvet je hebt ten opzichte van je lengte en gewicht.
  • Drink voldoende water.
  • Slik voedingssupplementen met ijzer.

Indien mogelijk kun je ook stoppen met hormonale anticonceptie. Zoek naar alternatieven, zoals de Ladycomp.