Aandoeningen A-Z

Diabetes Type 1

diabetes type 1

Als je diabetes type 1 krijgt, maakt je lichaam het hormoon insuline niet meer aan. Zonder de stof insuline kun je niet leven, want die reguleert je bloedsuiker.

Wanneer je deze ingrijpende chronische ziekte krijgt moet je zelf insuline spuiten of een insulinepomp dragen.

Diabetes type 1 kan een enorme impact hebben op je gezondheid en allerlei klachten veroorzaken.

Het is nog niet te genezen en er wordt nog altijd veel onderzoek naar gedaan.

Dat is belangrijk omdat alleen al in Nederland ruim 1 miljoen mensen aan diabetes lijden. Ongeveer 10% daarvan heeft type 1.

In dit artikel lees je over de betekenis, symptomen en behandeling van diabetes type 1.

Wat is diabetes type 1?

Diabetes type 1 valt onder auto-immuunziekten. Het immuunsysteem is ontregeld en werkt niet meer zoals het hoort.

Normaal ruimt dit systeem indringers (ziektes) op. Maar bij sommige mensen keert het afweersysteem zich tegen lichaamseigen cellen.

Om precies te zijn: de cellen die insuline aanmaken. Deze bevinden zich in de eilandjes van Langerhans, in de alvleesklier.

Je lichaam kan dan geen insuline meer aanmaken en je hebt diabetes type 1.

De werking van insuline

Om diabetes type 1 beter te begrijpen is het belangrijk iets meer te weten over de werking van insuline…

Een gezond lichaam maakt insuline aan om een te hoge bloedsuikerspiegel te verlagen.

Vanuit de alvleesklier komt de insuline in de bloedbaan terecht en verspreidt zich zo door het hele lichaam.

Elke lichaamscel heeft een soort ‘detectiesysteem’ voor insuline. Wanneer er insuline wordt gedetecteerd gaat de ‘celdeur’ open. De bloedsuiker (bloedglucose) kan dan worden opgenomen.

De cellen gebruiken bloedsuiker als brandstof. Hierdoor krijg je energie die het lichaam nodig heeft om bijvoorbeeld te kunnen bewegen en denken.

Insuline is dus een essentiële stof die nodig is om te kunnen leven.

Vroeger kon er niks gedaan worden aan diabetes en kwam je eraan te overlijden. Totdat in 1927 synthetische insuline werd ontwikkeld.

Wanneer je lichaam zoals bij diabetes type 1 zelf geen insuline maakt, moet je insuline spuiten. Of gebruikmaken van een insulinepomp.

Er zijn verschillende soorten insuline met elk een verschillende werking…

Zo bestaat er snelwerkende insuline die snel in het bloed wordt opgenomen. Hiermee kun je snel je bloedsuikerspiegel verlagen. Maar er bestaat ook insuline met een langzame werking, en allerlei tussenvormen.

Oorzaken van diabetes type 1

Het is nog niet precies bekend hoe diabetes type 1 ontstaat. Wel hebben wetenschappers ontdekt dat sommige mensen er een genetische aanleg voor hebben. Maar ook als diabetes type 1 niet in de familie voorkomt, kun je het krijgen.

Mogelijke veroorzakers van diabetes type 1?

Sommige onderzoekers vermoeden dat de oorzaak ligt in een minder diverse darmflora, het eten van bepaalde voeding zoals bijvoorbeeld gluten of het gebruik van koemelk in flesvoeding voor baby’s.

Anderen wijzen weer in de richting van een virus. Eén ding is zeker: meer onderzoek is nodig.

Want alleen dan kunnen we de oorzaken achterhalen en in de toekomst beter behandelen. En misschien wel voorkomen.

Wat is het verschil tussen diabetes type 1 en 2?

Er is een groot verschil tussen diabetes type 1 en 2. Het is belangrijk om die verschillen te begrijpen om verwarring en eventueel onbegrip te voorkomen.

Diabetes type 2 komt veel vaker voor. 9 op de 10 mensen met diabetes heeft type 2.

Bij diabetes type 2 ontstaat er een tekort aan insuline in het lichaam en reageert het lichaam niet meer op insuline (overgevoeligheid).

Erfelijkheid kan hierbij een rol spelen, evenals slechte eetgewoonten en te weinig beweging (overgewicht).

Maar je kunt ook type 2 krijgen als je altijd gezond hebt geleefd! Vaak komt het dan voor op latere leeftijd. Vroeger werd diabetes type 2 wel ‘ouderdomsdiabetes’ genoemd.

Bij diabetes type 1 gaat het er vooral om dat het afweersysteem verstoort is waardoor het de cellen vernietigt die insuline aanmaken.

Vroeger werd type 1 ‘jeugddiabetes’ genoemd. Bij kinderen is diabetes – naast astma – de meest voorkomende chronische ziekte. Het gaat bij kinderen bijna altijd om diabetes type 1.

Symptomen van diabetes type 1

Als je diabetes type 1 hebt, kun je verschillende klachten ervaren. Van licht tot ernstig.

Diabetes type 1 wordt in de meeste gevallen snel ontdekt, want je voelt je vaak enorm beroerd. Wanneer je geen actie onderneemt, kun je flauwvallen of zelfs in coma raken.

  • Mensen met diabetes hebben vaak veel dorst. Diabetes mellitus (de officiële naam voor diabetes) betekent: ‘honingzoete doorstroming’. Die naam is al een paar eeuwen voor Christus bedacht. Het viel toen al op dat patiënten enorme dorst hadden die met veel water maar niet gelest leek te kunnen worden. Ook moet je veel plassen als je diabetes hebt. De donkergele urine trok mieren en bijen aan. Vandaar de naam ‘honingzoet’.
  • Je eetlust is heel groot, of is juist verminderd. Je kunt je misselijk voelen en moeten braken.
  • Diabetes tast de maag aan waardoor het eten te langzaam van de maag naar de darm stroomt (gastroparese). Je kunt daardoor last van je darmen krijgen.
  • Als diabetes-patiënt kunnen je ogen aangetast worden. Je zicht wordt wazig en je kunt oogontstekingen krijgen.
  • Een te hoge bloedsuikerspiegel kan gepaard gaan met adem die ruikt naar aceton. Als je lichaam geen suikers kan verbranden gaat het over op vetten. En dat geeft een chemisch luchtje.
  • Diabetes kan erectieproblemen bij mannen geven en vaginale droogheid bij vrouwen.

Complicaties

Als je bloedsuikerspiegel lange tijd te hoog is geweest, kunnen er complicaties optreden.

  • Diabetische retinopathie bestaat uit oogproblemen bij diabetes. Diabetes kan in ernstige vorm leiden tot blindheid.
  • Diabetes kan nierschade geven waardoor de afvalstoffen in je lichaam niet goed afgevoerd kunnen worden.
  • Neuropathie betekent dat zenuwen in je lichaam zijn aangetast. Dit kan pijn geven of juist gevoelloosheid.
  • Zo kunnen ongemerkt wondjes ontstaan, bijvoorbeeld aan je voeten. Diabetes patiënten moeten daarom geregeld hun voeten laten behandelen.
  • Je bloedvaten kunnen vernauwen. Door aderverkalking loop je meer risico op een hartinfarct of hersenbloeding.
  • De huid van iemand met diabetes kan extra gevoelig zijn en kan suikerplekken (rode of bruine vlekken) vertonen.
  • Diabetes gaat vaak samen met depressie. Je lichaam is ontregeld en ook de hormoonhuishouding werkt vaak niet naar behoren.
  • Hoge bloedsuiker bij diabetes kan leiden tot gewrichtsproblemen en een slechte weerstand. Dit merk je bijvoorbeeld aan de kwaliteit van je tandvlees.

Hypo’s en hypers

Als je bloedsuiker te laag is, krijg je als diabetes-patiënt een hypoglykemie (hypo). Het omgekeerde kan ook en heet hyperglykemie. Je bloedsuiker is dan te hoog.

Je moet dit zien te voorkomen, maar het is soms lastig om exact in te schatten hoeveel insuline je moet spuiten.

Een hypo herken je aan zweten en trillen, hoofdpijn, duizeligheid, vermoeidheid, en hongerig, ongeconcentreerd of opvliegerig zijn.

Sommige mensen met diabetes voelen een hypo niet aankomen. Bij een hypo is het zaak om zo snel mogelijk iets zoets te eten of drinken.

Een hyper herken je aan dat je veel dorst hebt en ook veel moet plassen. Ook kun je het herkennen aan vermoeidheid, misselijkheid of braken, en opgefokt zijn.

Bij een hyper moet je zorgen dat je veel drinkt om via de urine de overtollige suikers kwijt te raken.

Behandeling van diabetes type 1

De huisarts heeft diabetes bij je geconstateerd, hoe nu verder?

Wie diabetes type 1 heeft, moet elke dag bloedsuiker meten, insuline spuiten of een insulinepompje dragen. Het kan een flinke uitdaging zijn om bij alles wat je eet te moeten berekenen hoeveel insuline ervoor nodig is.

Diabetes kan je leven enorm beïnvloeden, 24 uur per dag, 365 dagen per jaar. En welke behandeling je ook hebt: vakantie van diabetes heb je nooit!

Als je diabetes type 1 hebt, moet je dagelijks een paar keer per dag het tekort aan insuline aanvullen door middel van injecties met een insuline-pen.

De bloedsuiker moet gemeten worden om te zien hoeveel insuline je moet inspuiten.

Dit dient heel exact te gebeuren om hypo’s en hypers te voorkomen. Bij een hyper zal je meestal extra insuline bijspuiten.

Een insulinepompje is een andere vorm voor het toedienen van insuline. Het geeft via een naald in je buik insuline af.

Verder is de behandeling erg afhankelijk van de persoon omdat ieder lichaam anders reageert.

Vaak krijg je bloedsuikerspiegelverlagende-, bloeddrukverlagende- en cholesterolverlagende medicijnen.

Je mag met diabetes nog wel suiker eten, maar in beperkte mate, en liefst alleen natuurlijke suikers (uit fruit bijvoorbeeld). Verder is een gezonde leefwijze bij diabetes dubbel zo belangrijk om niet ernstig ziek te worden.

Regelmatig je urine laten onderzoeken is belangrijk om nierschade te voorkomen.

Tegenwoordig zijn er goede medicijnen maar in ernstige gevallen kan het zijn dat je dialyse van de nieren nodig hebt of zelfs een niertransplantatie.

Je moet in de herfst een griepprik halen om de kans op een longontsteking te voorkomen.

Je ogen kunnen eventueel behandeld worden door middel van een lasertechniek.

Orthopedische schoenen zijn aan te raden in verband met de kans op ontstekingen aan de voeten.