Aandoeningen A-Z

Wat is anorexia nervosa?

anorexia nervosa

Anorexia nervosa is een ernstige psychische aandoening die veel bij tieners en vrouwen gezien wordt.

Dit uit zich in een verstoord lichaamsbeeld, waardoor men zeer gedreven is zoveel mogelijk lichaamsgewicht te verliezen.

Het kan levensbedreigende vormen aannemen, waardoor patiënten zeer intensief begeleid moeten worden.

Hoe herken je dat jij, of iemand die je kent aan anorexia lijdt?

Wat houdt de behandeling van deze stoornis in?

En valt anorexia te genezen?

Lees snel verder voor het antwoord op al je vragen.

Wat is anorexia nervosa?

Anorexia nervosa is een eetstoornis, die gedreven wordt door psychische problematiek rond het zelfbeeld. De patiënt focust zich heftig op het verlagen van het eigen gewicht. Hierbij komt een sterk angstgevoel op, rond alles wat met het eigen gewicht te maken heeft: wegen, eten, drinken.

Er wordt gestreefd naar een soort perfect lichaamsbeeld, dat sterk samenhangt met lichaamsgewicht en -vorm. In werkelijkheid echter, is dit lichaamsbeeld levensbedreigend dun. Vaak wordt het afvallen dan ook nooit als voldoende beschouwd door de patiënt.

Er bestaat helaas nog veel onduidelijkheid rond het ontstaan van deze aandoening. Wel zijn er drie factoren, waarvan we aannemen dat deze een rol kunnen spelen.

Biologische factoren

Er is een redelijk grote kans dat de aanleg voor het ontwikkelen van anorexia in ons genetisch materiaal zit. Wat we namelijk vaak zien, is dat het probleem meerdere malen in dezelfde familie voorkomt. Dit kan te maken hebben met een zekere (over)gevoeligheid, drang naar perfectionisme en doorzettingsvermogen.

Helaas weten we nog niet precies welke genen betrokken zijn bij het ontstaan van anorexia. Hiernaast kan ook een disbalans in de hormonen aanstichter zijn.

Psychologische factoren

Hiernaast is de psyche van invloed. We zien namelijk vaak een aanleg voor obsessief gedrag bij anorexiapatiënten. Ook kunnen angststoornissen of stressvolle situaties de (misschien sluimerende) aandoening aanwakkeren of verergeren.

Hiernaast kunnen trauma’s uit het verleden een rol spelen. De extreme focus op het lichaamsgewicht geeft een gevoel van controle, waardoor de aandoening een soort copingstijl wordt.

Een copingstijl is de manier waarop mensen met problemen en stress omgaan. Zonder het gevoel van controle, kan deze spanning het lichaam teveel worden. Daarom kunnen er allerlei, ogenschijnlijk onlogische, strategieën bedacht worden om toch de situatie te kunnen sturen.

Omgevingsfactoren

Het Westerse, moderne beeld van de ideale vrouw is gericht op (zeer) slank zijn. Vanaf jongs af aan worden wij al gebombardeerd met Barbie, Photoshop en graatmagere modellen. Het wordt daarom zeer aannemelijk geacht dat mensen een ongezond lichaamsbeeld nastreven, puur omdat ze het verkeerde voorbeeld krijgen van hun omgeving.

Of zelfs, omdat ze het moeten! Kijk naar een gemiddeld modellencontract of verwachtingen in de wereld van dansers en acrobaten.

Symptomen van anorexia

Omdat anorexia nervosa gebaseerd is op een sterk verstoord lichaamsbeeld, zullen ook de symptomen hiervan lichamelijk zichtbaar worden. Veel kilo’s verliezen gaat echter niet over één nacht ijs. Daarom zijn er verschillende fasen bekend.

De aandoening begint vaak met een sluimerende ontevredenheid over het eigen lichaam. Op een bepaald punt kan men besluiten dat het verliezen van overtollige kilo’s het antwoord is op deze ontevredenheid. Tot zover vertoont iemand nog geen specifieke symptomen van anorexia.

Het typische anorexia-gedrag komt echter naar boven bij het verliezen van de kilo’s. Dit geeft een gevoel van controle en de patiënt vindt het zeer lastig dit onderwerp te laten rusten.

De doelen om af te vallen worden steeds hoger, terwijl de patiënt het lichaam nog steeds onvoldoende vermagerd vindt. Dit uit zich in obsessief gedrag, zoals extreem weinig eten en veel calorieën tellen.

Bij extreme honger wordt af en toe wel gegeten, maar doorgaans wordt overgeven en laxering gebruikt om deze inname teniet te doen.

Anorexia uit zich dus in emotionele gedragssymptomen, zoals:

  • Aanhoudend klagen over eigen lichaam
  • Aanhoudend vasten of zeer lage voedselinname
  • Afwijkende gewoonten ontwikkelen tijdens of rond het eten, zoals eten uitspugen na het kauwen
  • Apathie (emotieloosheid)
  • Bovengemiddeld vaak zichzelf wegen
  • Excessief sporten
  • Liegen over voedselinname en gewicht
  • Niet publiekelijk willen eten
  • Obsessief gedrag rond afvallen, voedsel en lichaamsgewicht
  • Opvliegendheid
  • Slechte concentratie en geheugen
  • Teruggetrokkenheid
  • Veel lagen kleren over elkaar dragen
  • Veel voedsel bereiden en aanbieden, maar zelf niets nemen
  • Verdwijnen of smoesjes gebruiken tijdens de maaltijd
  • Verlaagd libido
  • Vreetbuien, om vervolgens over te geven
  • Zeer strikte regels hebben over welke voeding ‘geschikt’ is
  • Zichzelf veel in de spiegel ‘afkeuren’

Maar ook zien we mettertijd steeds meer fysieke symptomen de kop opsteken, zoals:

  • Achtergebleven groei
  • Afwijkende bloedwaarden
  • Bijna constante kougevoelens
  • Blauwe verkleuring in de vingertoppen
  • Duizeligheid
  • Droge of gele huid
  • Dun of zelfs uitgemergeld lichamelijk voorkomen
  • Flauwvallen
  • Haaruitval
  • Lage bloeddruk
  • Onregelmatige hartslag
  • Slaapproblemen
  • Slecht gebit en slechte adem
  • Snel of extreem gewichtsverlies
  • Toenemende haargroei op het lichaam (als isolatie)
  • Uitblijven van de menstruatie
  • Uitdroging
  • Vermoeidheid
  • Zwelling in de armen of benen

Wat is het verschil tussen anorexia en boulimia?

Patiënten met anorexia nervosa worden vaak in de war gebracht met de aandoening boulimia nervosa. Nu komen specifieke onderdelen van deze aandoeningen inderdaad overeen. Maar ze hebben ook belangrijke verschillen.

Bij beide aandoeningen zijn de patiënten overmatig bezorgd over hun lichaamsgewicht en uiterlijk. Hier komt een obsessie rond eten, eetgedrag en afvallen bij kijken.

Het grootste verschil tussen deze twee problemen, is echter dat anorexia patiënten gewicht verliezen. Door hun gedrag vallen ze kilo’s af en komen vaak onder een gezond lichaamsgewicht te zitten. Een anorexia patiënt is dus obsessief bezig met vermageren.

Boulimia patiënten blijven vaak op gezond gewicht of gaan zelfs daarboven zitten. Ze verliezen de controle over hun eetgedrag, waardoor ze juist veel méér gaan eten dan ze eigenlijk willen. Een boulimia patiënt eet dus wel (veel), maar gebruikt ook vaak sporten, overgeven of laxerende middelen om hier weer vanaf te komen.

Diagnose stellen bij anorexia

Het lastige van patiënten met anorexia nervosa, is dat ze doorgaans niet behandeld willen worden. Daarom is het lastig om iemand mee te krijgen naar een arts voor een diagnose.

Toch is het zeer belangrijk dat deze (op tijd) gesteld wordt. De eetstoornis kan namelijk onherstelbare schade aanrichten in het lichaam en problemen veroorzaken zoals:

  • Ernstige bloedarmoede
  • Hartproblemen
  • Maag-darmproblemen
  • Nierproblemen
  • Osteoporose (fragiele botten)
  • Vruchtbaarheidsproblemen

Ook kan men ernstige mentale problemen krijgen, zoals:

  • Alcohol of drugsverslaving
  • Depressie
  • Obsessief compulsieve stoornis
  • Persoonlijkheidsstoornissen
  • Zelfmoordgedachten
  • Zelfmutilatie

Daarom is het belangrijk altijd met een patiënt te blijven praten. Ga niet wachten tot iemand opgenomen moet worden in het ziekenhuis, dan kan het al te laat zijn.

Dit is natuurlijk makkelijker gezegd dan gedaan. Om een anorexia patiënt over te halen tot behandeling, heb je een lange adem nodig. Er zal veel verzet komen en mogelijk zal iemand je willen ontwijken om niet meer over het onderwerp te hoeven spreken.

Hierbij is het belangrijk dat je vriendelijk blijft en laat zien dat je om iemand geeft. Geef nooit een anorexiapatiënt de schuld van de problemen, ze zitten verwikkeld in een bijna onwrikbaar, psychologisch web van problemen. Boos worden zal hen alleen maar verder weg drijven, waardoor hulp verder weg is dan ooit.

Weet je niet wat je aanmoet met de situatie? Klop dan aan bij de huisarts en laat je doorverwijzen naar specialisten. Zij kunnen je adviseren over hoe je de patiënt op de juiste wijze de goede kant op kan sturen.

Anorexia nervosa behandelen

De behandeling van anorexiapatiënten neemt erg veel tijd in beslag. Niet alleen moet het lichaam herstellen van een heftige periode, vooral de psyche van een patiënt zal aandacht moeten krijgen.

Daarom wordt de behandeling in verschillende onderdelen opgesplitst.

Lichamelijke behandeling

Om het lichaam weer op peil te krijgen, is het soms nodig dat iemand opgenomen wordt in het ziekenhuis. Hier kan via sondevoeding het lichaamsgewicht en de uitdroging behandeld worden.

Hiernaast wordt de bijkomende depressie en angststoornis vaak behandeld met medicatie.

Let wel: de medicatie moet onderdeel zijn van de behandeling. Het is de bedoeling dat men hier, bij aanzienlijke verbetering, begeleid mee zal gaan afbouwen. Om vervolgens weer geheel met de medicatie te stoppen.

Geestelijke behandeling

De geestelijke behandeling van een patiënt met anorexia nervosa is echter de grootste uitdaging. Vaak is dit een drang of neiging waar men hun hele leven lang mee zal blijven worstelen. Dit is een flinke kluif, wat ook de omgeving van de patiënt goed zal moeten beseffen.

Doorgaans wordt er een intensief traject opgesteld met verschillende soorten therapie.

Allereerst krijgt de patiënt individuele therapie, waarbij de behandeling zich richt op het ontwikkelen van gezonde gedachten en gewoonten. Hierbij wordt extra aan het zelfvertrouwen gewerkt en het omgaan met sterke emoties of problemen.

Hiernaast krijgen patiënten groepstherapie, waarbij ze met meerdere patiënten tegelijk ervaringen en gedachten uitwisselen onder begeleiding van een professional. Zo ziet de patiënt dat hij of zij niet alleen is en kunnen de patiënten elkaar helpen.

Ook wordt vaak gekozen voor extra familie therapie. Hierbij gaat de patiënt samen met de familie in een begeleide praatgroep. De familie speelt namelijk vaak een belangrijke rol in de omgeving, wanneer de patiënt terugkeert naar huis.

De therapie is dus gericht op het helpen van de patiënt, maar ook op het uitpraten van familieconflicten en problemen. Zo vormen ze weer samen een hechte, sterke groep.